OUDE KONINGLYKE GILDE SINT-ROCHUS
GENT
Sint-Pietersplein 13
9000 Gent
Terwijl de handboog al tegen het einde
van het stenen tijdperk in gebruik was, wordt de kruisboog voor het eerst
ongeveer 200 jaar v. Chr. Genoemd in China. Het is niet onmogelijk dat hij
ook al bekend was bij de Asyriërs, maar daar heeft men nog geen definitieve
bewijzen van.
De Latijnse schrijver Flavius Renatus Vegetius, die over militaire zaken heeft
geschreven en in de 4de eeuw n. Chr. leefde schreef over de arcubalista, maar
wat hij over dit wapen schrijft is niet voldoende om hieruit te kunnen concluderen
dat dit een soortgelijk instrument was.
Willem van Tyrus, kanselier van Jeruzalem (1130-1190) noemt in zijn boek over
de kruistochten de kruisboog als een wapen dat zowel voor de verdediging als
voor de aanval kan worden gebruikt.
Tijdens de regering van Willem de Veroveraar zou dit wapen in Engeland bij
de jacht gebruikt zijn.
In Frankrijk hoort men er voor het eerst van onder de regering van Lodewijk
de Dikke (1098-1137). In 1139 werd het gebruik van de kruisboog verboden omdat
het een dodelijk wapen was, in strijd met Gods wil. De Christenen mochten
het echter blijven gebruiken in de strijd tegen de ongelovigen.
De Engelse koning Richard Leeuwenhart (1157-1199) trok zich van dit verbod
echter niets aan. In 1198 rustte hij zijn leger met deze verschrikkelijke
wapens uit.
In een document van 21 februari 1181 dat het bondgenootschap bezegelde tussen
Genua en Alexandrië wordt ook melding gemaakt van de kruisboog. In de
14de en 15de eeuw waren de kruisboogschutters uit Genua zeer vermaard. De
volkeren in het Nabije Oosten kenden dit wapen niet. Het heeft in de strijd
tegen die volkeren een grote rol gespeeld.
De kruisboogschutters werden beschermd door een harnas. Vaak hadden ze ook
een schild om de regen van vijandelijke pijlen op te vangen. Na de kruistochten
handhaafde de kruisboog zich in de Franse legers. Men richtte zelfs speciale
legergroepen op van kruisboogschutters te voet of te paard. Deze waren, voor
de uitvinding van de vuurwapens, wel van enig belang.